31 mei 2007

*Blijven*

Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was:
wat ouders deden, en wat alles dus ging doen:
een tafel bij een stoel, nu bij toen.
Het meervoud van geluk was: wij.

Sindsdien heeft ze geleerd wat enkelvoud is.
Zij. Nu weer half van jou, morgen half van mij.

Toen ze acht was was ze tien.
Eén helft van haar gezicht lief,
de andere liever. Bang om te kiezen
tussen verliezen en verliezen.

Vandaag is ze gewoon twaalf.
Vier ouders, twee echt, twee stief.
Slapen gaan moet met eindeloos gezoen.

Ze wint altijd. Ze heeft geleerd wat blijven is.
Wat ouders niet en kinderen wel doen.

-Herman De Coninck-

A day packed with Angels!

Terwijl ik voor het raam zit, en uitkijk over de opgebroken stoep, denk ik aan wat de afgelopen dag mij bracht. Mijmerend in het maanlicht dat verborgen is achter de wolken, maar waarvan ik weet dat het er is, denk ik terug aan al die wonderbaarlijke mensen die mijn pad kruisten vandaag.
Zo eindigde gisteren, op dezelfde manier als ze vandaag startte. Wakker, met twee bijzondere mensen bij me, twee mensen die ik vertrouw. Een hele nacht gepraat, een hele nacht ideeën, gedachten en humor uitgewisseld, alsof we elkaar al jaren kenden, maar eigenlijk is onze vriendschap nog zo pril. In die korte tijd, hebben we al zoveel gedaan, samen gelachen, samen gehuild (of toch bijna). Het is zo wondermooi hoe je soms mensen kunt tegenkomen die je vanaf de eerste moment vertrouwt en waar je jezelf volledig op je gemak bij voelt… Ik kijk uit naar ons volgende nacht, into, dag. En daarna, met al deze herinneringen vers in het geheugen en na een kort maar verkwikkend slaapje, stortte ik mij op het studeren, wat heel moeizaam ging. Toen brak plots de zon door de wolken, er verscheen een blauwe lucht en er was een drang in mij die mij naar buiten lokte. Dus ik volgde mijn gevoel, nam snel nog wat leerstof bijeen en repte mij naar buiten, de straten op. Lekker ingeduffeld in een warme trui en jas, want zo in de wind, was het toch nog wel koud.
Ik bedacht me dat ik nog naar de winkel moest en zo kuierde ik door de straten tegen een flink tempo. Ja, een mooie contradictie: kuieren tegen een flink tempo, maar toen realiseerde ik me dat er zoveel contradicties zijn, dus ik trok me er weinig van aan en kuierde snel door. Snel de GB binnen, je kent ze wel, de snelle bezoekjes, even snel binnen en buiten, niet te veel kuieren door de rayons, doelgericht winkelen, noemen ze zoiets. De klok sloeg vijf uur en ik dacht, ooh nog een uurtje voor mezelf voor ik ga eten met een meisje uit de duizenden.

Ik besloot mij neer te zetten op de groenplaats tegen het standbeeld van Rubens, in de zon, uit te wind, heerlijk! Ik zag veel mensen verlangend naar mijn plaatsje kijken, maar nee, sorry ik geef het niet op, het is van mij. Je kent het gevoel wel, als je zo een heerlijk plaatsje hebt ingenomen, op een druk plein en je denkt, dit is nu van mij, en van mij alleen! Ja, die halve vierkante meter steen, die was nu eens van mij, pech voor die andere mensen, ze hadden maar eerder moeten zijn! Daar zat ik dan, ISLE te lezen, tot ik plots iets hoorde, naast mij. Maar ik besteedde er niet veel aandacht aan want vanuit mijn ooghoek zag ik dat er een dakloze was neergestreken naast mij. Neergestreken zoals de duiven het ook doen, om dan even op die plaats te blijven en dan weer snel door te fladderen naar de volgende plaats. Maar ik bleef mij rustig concentreren op mijn cursus, tot ik een voorzichtige vinger op mijn knie voelde tikken. Ik keek wat verstrooid op en zag dat de dakloze Frank (of wat was zijn naam ook al weer), voorzichtig mijn aandacht vroeg. Ik dacht even: “weer zo een bedelaar die hier eens even om aandacht komt vragen”. Maar ik veranderde al snel van gedacht toen hij zijn mond opende en er zoveel prachtige, wijze woorden uitkwamen. Woorden die je alleen maar leest, of waar je over hoort spreken, maar deze man, kende ze allemaal. Uit zijn hoofd, of beter gezegd, uit zijn hart. Hij sprak over wijze mensen, mensen die ik ook nog gekend heb, mensen van wie ik de boeken ooit ook gelezen heb gehad. En zijn ogen, ik heb nog nooit zo een ogen gezien, ogen die zoveel hebben meegemaakt, en zo doordringend. En plots vroeg hij mij:
“Zijn je ouders gescheiden, ja hé, ik zie het, ik voel het!” Vervolgens vroeg hij met veel medeleven in zijn stem: “Je hebt er erg onder geleden, is het niet?” Ik dacht, hoe kan zo een wildvreemde nu zo iets weten over mij, want hij zat zo juist, heerlijk…! Ik wist niet wat ik moest zeggen, maar ik wist dat ik met een heel bijzonder mens aan het praten was. En plots sprong er mij iets in gedachten, iets waarover mensen soms vertellen. Verhalen van een soort engelen die ze ontmoeten in andere gedaantes, engelen die je iets duidelijk komen maken of je gewoon komen helpen. Weet je wat ik denk, ik denk dat ik er zo vandaag een aantal heb ontmoet. Waaronder deze wijze man, gekleed in versleten kleren, met vuil in zijn haar, maar toch verzorgd, een nobel voorkomen en een eeuwige glimlach op zijn gelaat. Toen sprak hij plots: “ ik denk dat je vriendin er is”, ik keek om een daar zag ik toch wel mijn “date”:p ;p op zoek naar mij. Ik riep haar en stelde haar voor. Een ontmoeting tussen twee engelen was het, voor hen niet zo speciaal, maar voor mij, was het gewoonweg wonderbaarlijk. Zo zie je maar, twee engelen herkennen elkaar.
De rest van de avond samen met haar, nog even iets gaan eten, wat gepraat en voornamelijk veel gelachen. Ja, ze heeft een heerlijke lach, je kent ze wel, zo een lach, waarvan je plots vrolijk wordt en ook moet lachen. Ja, als er iemand een engel is, dan is zij het wel. Ik ken haar nog maar zo kort, maar, ik voel me ook zo goed bij haar. Toen kwam er een vriend van haar bij, we aten samen, spraken samen. Maar toch kreeg ik soms het gevoel dat ik daar alleen was met haar. Ja, je merkt het wel, ze heeft een diepe indruk achtergelaten… Daarna, voor het afscheid nog even nagenieten van een stukje vers gekochte chocolade, een laatste lach, een knuffel, en dan het afscheid, maar we zien mekaar snel weder… dat weet ik zeker!
En nu zit ik hier, het is al weer wat donkerder geworden buiten, en probeer iets zinnigs op papier te krijgen. Ja, ik zie je al denken, “Rob aan het schrijven??”. Ja, ik weet het, mij zie je niet vaak schrijven, maar een ontmoeting met zoveel engelen op één dag, een mens zou voor minder beginnen schrijven…