11 augustus 2007

Saminchakuy en Saywachakuy

Vandaag trok ik erop uit. De wereld in, weg van mijn boeken die langzaam maar zeker mijn oren uitkwamen. Ik sprong dus op fiets mijn en trapte zo hard ik kon. Alles moest eruit. Ik trapte de ziel uit mijn lijf. Toen kwam ik aan het kanaal, zo een rustig kanaal, met een jaagpad ernaast en bomen. Geen mens in de weide omtrek. Ik zette mij neer buiten adem en helemaal leeg, maar toch bleef ik het gevoel hebben dat alles er nog niet uit was. Ik zat daar te denken aan wat het was dat ik voelde. En zonder het merken betrok de lucht, er stak een lekker briesje op. Toen plots, zo een lekkere zomerse regenbui en in plaats van te gaan schuilen, bleef ik staan.
Heerlijk! En plots werd ik iets gewaar, de regen maakte niet alleen mijn huid nat, maar ook mijn ziel. De regen waste het vuil van mijn lichaam, van mijn armen en benen, het vuil dat erop was gekomen met die wilde, uitzinnige rit. Toch voelde ik dat de regen meer deed dan alleen dat. Ze reinigde mijn ziel, ze waste al het vuil van mijn binnenste. Nadat ik dat besefte liet ik het gevoel volledig binnen en het was alsof een hele rivier door mij stroomde om alles mee te nemen wat er niet thuishoorde. Het was alsof er en dam boven mijn hoofd was geopend die al het opgehoopte vuil wegspoelde.
En even plots als de regen was gekomen, brak de zon door de wolken. Ze verwarmde me, mijn hart en ziel. Ze verwarmde de aarde en ik voelde uit de aarde een warmte opstijgen alsof de regen en mij wilde bedanken voor de verfrissing van daarvoor.
Ik fietste naar huis, helemaal verfrist; omgewarmd, energiek en vooral, leeg. Klaar om opnieuw in de boeken te vliegen.
Ik vraag mij nu af, zou de natuur mij altijd zo goed gezind zijn?

2 opmerkingen:

Soet zei

saminchakuske en saywachadinges hé
'k ging het ook juist zeggen

Rob zei

Ja, dat zijn termen uit het Incapad. Of gelijk dat ze in het Quechua zeggen, termen uit de traditie van Kausay Puriy